Nieuwsbrief wijzigingen 2026
- Laura van den Brink
- 18 dec 2025
- 4 minuten om te lezen
Graag informeren we u over de wijzigingen die zullen gaan plaatsvinden in 2026. Het gaat onder meer om een hoger minimumuurloon en indexatie van de transitievergoeding.
De voorgestelde wijzigingen hebben we in dit document voor u op een rijtje gezet. De cijfers voor 2026
1. WerkkostenregelingĀ
Onder de werkkostenregeling (WKR) kunt u een percentage van de loonsom van de organisatie besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers. De vrije ruimte in 2026 is ongewijzigd en bedraagt 2% voor de loonsom tot ⬠400.000. In 2027 stijgt dit percentage naar 2,16%. Voor het deel van de loonsom boven dit bedrag geldt 1,18%. Als u de totale vrije ruimte overschrijdt, moet u over het meerdere eindheffing betalen. Deze eindheffing bedraagt 80%.
2. Thuiswerken
Er zijn veel bedrijven waar medewerkers afwisselend thuis- en op kantoor werken. De thuiswerkvergoeding valt binnen de WKR onder de gerichte vrijstellingen. De vergoeding wordt per 1 januari 2026 verhoogd naar ⬠2,45 per thuiswerkdag. Deze vergoeding is bedoeld voor de kosten die een werknemer maakt als hij thuiswerkt. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van verwarming, elektra en koffie.
3. Reiskostenvergoeding ongewijzigd in 2026Ā
De jaarlijkse indexatie is niet van toepassing bij de onbelaste reiskostenvergoeding. Om die te verhogen is een wetswijziging nodig. Dat is na twee jaar van stijging in 2023 en 2024 niet aan de orde. De maximaal gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding blijft ⬠0,23 per kilometer in 2026.
4. Waarde van maaltijden 2026Ā
Voor door de werkgever verstrekte maaltijden dient een bijtelling per maaltijd plaats te vinden. Voor 2026 is dit bedrag ⬠4,05 per maaltijd (2025 ⬠3,95). Deze bijtelling geldt zowel voor ontbijt, lunch als voor diner.
5. Fiscale bijtelling auto van de zaak 2026Ā
De fiscale bijtelling voor een auto van de zaak(zonder CO2-uitstoot) bestaat uit een percentage van de cataloguswaarde van de leaseauto en wordt opgeteld bij het belastbare inkomen van de werknemer. Dit jaar (2025) geldt er voor het deel van de catalogusprijs tot ⬠30.000 een bijtellingspercentage van 17%. Daarboven geldt het reguliere bijtellingstarief van 22%. Vanaf 1 januari 2026 wijzigt het bijtellingspercentage van 17% in 18%. Vanaf 2028 verdwijnt de korting op het bijtellingspercentage en vallen elektrische leaseautoās onder het standaard bijtellingstarief van 22%.
De werknemer kan nog profiteren van de 17% bijtelling door vóór 31 december 2025 een elektrische auto van de zaak te bestellen die ook daadwerkelijk in 2025 wordt geleverd en op kenteken komt. Dit voordeel geldt dan voor de volledige looptijd van het leasecontract, maximaal 5 jaar.
6. Youngtimerregeling
Met ingang van 1 januari 2026 wordt de minimumleeftijd voor āyoungtimersā met ƩƩn jaar verhoogd van 15 naar 16 jaar. Vanaf 2027 gaat deze leeftijdsgrens nog verder omhoog: uitsluitend autoās van 25 jaar en ouder vallen dan nog onder deze regeling.
Concreet betekent dit dat de bijtelling voor het privƩgebruik van de youngtimer 35% van de waarde in het economische verkeer bedraagt.
7. Premies werknemersverzekeringen en ZVW 2026
Onderstaand treft u een overzicht aan van de voorlopige premiepercentages voor de werknemersverzekeringen in 2026:

8. Aanpassing daglonen per 1 januari 2026Ā
Per 1 januari 2026 worden bestaande bruto uitkeringen in de WAO/WIA, WW en ZW verhoogd met 2,16%, in lijn met de stijging van het brutominimumloon.
De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zijn eveneens met dit percentage verhoogd. Het maximumdagloon is per 1 januari 2026 vastgesteld op ⬠304,25 per dag.
9. PAWW
Het bestuur van Stichting PAWW heeft de bijdrage voor 2026 vastgesteld op 0,10% van het brutoloon. Het percentage blijft daarmee gelijk aan dat van 2025.
10. Maximaal pensioengevend loonĀ
Vanaf 1 januari 2015 geldt de wet Witteveen. Deze wet stelt een maximum aan het jaarsalaris dat meetelt voor de pensioenopbouw. De fiscaal maximale aftoppingsgrens voor pensioenopbouw wordt in 2026 niet verhoogd en blijft staan op ⬠137.800
11. Maximum bedrag transitievergoeding
De hoogte van de transitievergoeding die de werkgever betaalt bij ontslag wordt bepaald op basis van twee onderdelen: het maandsalaris en de duur van het dienstverband. De maximale transitievergoeding wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de contractlonen.
De maximale transitievergoeding stijgt in 2026 naar ⬠102.000 (was in 2025 ⬠98.000). Behalve voor werknemers met een hoger jaarloon dan het maximum bedrag. In dat geval geldt het jaarloon als maximum.
12. Minimum(uur)loon per 1 januari 2026Ā Ā
Op 1 januari 2024 is het wettelijk minimumuurloon ingevoerd. Dat is het bruto minimumloon per uur. Het wettelijk minimumuurloon geldt voor alle werknemers vanaf 15 jaar. Voor alle werknemers van 21 jaar en ouder geldt het vaste minimumuurloon. Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden vaste minimumjeugdlonen per uur. De minimumjeugduurlonen zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon.
Het referentiemaandloon bedraagt per 1 januari 2026 bruto ⬠2.294,40 per maand, een stijging van 2,16%. Dit referentieloon is sinds de Wet invoering minimumloon niet meer de basis voor het minimum dat een medewerker moet verdienen maar wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en indexatie van allerlei uitkeringen.
Per 1 januari 2026 gelden de volgende uurlonen:

Voor medewerkers die werkzaam zijn via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden alternatieve staffels. Voor de BBL-leerlingen in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar geldt het wettelijk minimumloon zoals in de staffel hierboven aangegeven. BBL-leerlingen in leeftijd van 18 tot en met 20 jaar kennen onderstaande staffeling:

13. AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd in 2026 blijft 67 jaar, ongewijzigd ten opzichte van 2025. In 2019 is in het Pensioenakkoord afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel zou gaan stijgen. De leeftijd waarop Nederlanders recht hebben op AOW gaat pas in 2028 weer met 3 maanden omhoog naar 67 jaar en 3 maanden
14. Bestuursrechtelijke premie wanbetalers Zorginstituut Nederland
Als werkgever van iemand die is aangemeld als wanbetaler bij Zorginstituut Nederland, bent u wettelijk verplicht om de bestuursrechtelijke premie in te houden. U heeft een zogenaamde 'inhoudingsplicht'. Ook als u de premie niet inhoudt bij de medewerker moet u de premie maandelijks betalen aan Zorginstituut Nederland.Ieder jaar wordt de bestuursrechtelijke premie opnieuw vastgesteld.In 2026 bedraagt deze premie ⬠172,70 per maand (2025 was ⬠172,33).
15. Gebruikelijk loon (DGA)Ā
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u verplicht om uzelf een gebruikelijk loon toe te kennen. In 2026 wordt het minimale DGA salaris verhoogd van ⬠56.000 naar ⬠58.000.


Opmerkingen